Virtuele wereldDe wereld waarin opvoeding plaatsvindt is drastisch veranderd. Dit is altijd waar geweest, omdat de wereld constant in beweging is, maar voor het eerst sinds de ‘uitvinding’ van de school is er een geheel nieuwe opvoedende instantie ontstaan. In het opvoeden van het kind spraken we altijd over drie milieus. Het gezin, de school en de wereld. Inmiddels is er een nieuw milieu bij gekomen; ‘De virtuele wereld". Onder virtuele wereld versta ik de fictieve wereld die gecreëerd wordt door de media waarin ouders en kind zich passief (met name televisie en video) en actief (met name internet, mobieltjes en games) bewegen. En waarin men zich zowel reëel (als zichzelf) als fictief (met een andere identiteit) beweegt.
De invloed op opvoeding en ontwikkeling is onmiskenbaar. Dit is zichtbaar in uiterlijke aspecten zoals kleding, in taal, in normen en gedrag. Media vullen inmiddels ook tekorten aan die zijn ontstaan in een veranderende wereld. Internet geeft informatie in de haast grenzeloze behoeft aan informatie en geeft nieuwe mogelijkheden tot contact waar deze in de reële maatschappij wegvallen. Wat kinderen en jongeren er mee en erdoor kunnen leren is geweldig, maar de vorming die ervan uitgaat is niet altijd gunstig en het is nauwelijks te overzien wat het gaat betekenen voor de toekomst. Het chatten, het communiceren op internet, het communiceren via MSN, komt tegemoet aan de enorme behoefte van mensen aan contact. Het is noodzakelijk om het virtuele milieu te betrekken in ons denken over opvoeding, ontwikkeling en het welzijn van kinderen en jongeren. Want wat is de werkelijke invloed van media, van reclame, van internet op de ontwikkeling van kinderen en jongeren? Hoe beïnvloed het onze taal, ons denken en ons gedrag? Wat is je antwoord als hulpverlener, als trainer, als docent, als ouder op deze ontwikkeling? bron dr. M.F. Delos, psycholoog ww.mdelfos.nl |
Tips enzo
Wist u dat...? Jongeren zitten gemiddeld 2,8 uur per dag aan de computer, waarvan 2,3 uur op MSN. MSN is een zegen en een vloek: via MSN kunnen jongeren beter over hun gevoelens praten, andere jongeren versieren, nieuwe mensen leren kennen, maar tegelijkertijd gebruiken ze er grovere taal, schelden ze eerder en lopen ze de kans bedreigd of gepest te worden. Paradoxaal genoeg zijn jongeren vaker eenzaam als ze langer op MSN zitten. Omgekeerd geldt ook dat juist jongeren die zich eenzaam voelen meer gaan MSN’en en dat leidt blijkbaar niet tot vermindering van de eenzaamheid. Eenzaam internetgedrag komt vaker voor bij meisjes (12,4 procent) dan bij jongens (7,2 procent) en bij jongeren uit autoritaire gezinnen (20 procent), bij jongere jongeren (tot 15 jaar) en bij jongeren met een lagere opleiding: bijna 20 procent van de jonge meisjes op het vmbo behoort tot de eenzame internetters. Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van dr. Maerten Prins van het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit Nijmegen. Meer dan 15.000 jongeren deden mee aan een online enquête over hoe zij zich gedragen en waar zij hun grenzen stellen op een aantal gebieden: alcoholgebruik, opvattingen, vrijetijdsbesteding, jeugdcultuur, religie, seksualiteit, roken en gokken. Bron: JGZ, jgz.zorgmediatheek.nl In de rubriek nieuws op de homepage staan berichten die we vanuit de media plaatsen. In de linkerkolom plaatsen we vooralsnog mening(en) over kinderen en mediawijsheid die aansluiten bij het gedachtengoed van Weet Wat Je Ziet. De artikelen vinden we op internet. Er is geen verdere betrokkenheid met de schrijver en Weet Wat Je Ziet. |

